extended program
extended program
OERSOEP
een passie voor de 21e eeuw
“Ik zat met mijn baby op schoot, las de krantenkoppen over de IPCC-rapporten en dacht: wat heb ik gedaan?”
– Rebekka Nilsson –
De basis voor OERSOEP – een passie voor de 21e eeuw is gebaseerd op de gelijknamige roman OERSOEP van Bregje Hofstede.
Haar roman begint net als het stuk begint bij een geboorte. Een vrouw baart haar dochter en ervaart hoe haar lichaam letterlijk en figuurlijk openbreekt. Pijn, extase en verlangen lopen door elkaar heen en de grens tussen haarzelf en het nieuwe leven dat uit haar voortkomt wordt poreus.
De geboorte verandert ook haar verhouding tot de wereld. Moederschap maakt alles intiemer, maar ook kwetsbaarder. De zorg voor haar kind opent de blik op al het leven dat beschermd, gevoed en doorgegeven moet worden.
Samen met haar partner Warre en hun dochter Essie verhuist het hoofdpersonage naar het Franse platteland. Ze proberen er een eenvoudig bestaan op te bouwen, dichtbij de seizoenen, hun tuin en het bos. Essie groeit, zaailingen schieten uit de grond, het leven lijkt zich te voegen aan oude ritmes van geboorte, groei en verval. Maar steeds nadrukkelijker dringt nog een andere werkelijkheid binnen: droogte, boskap en vervuiling maken duidelijk dat de natuurlijke kringloop niet langer vanzelfsprekend is. Verjaardagen, generaties en herhalingen raken verstrengeld met de tijd van tipping points, temperatuurstijging en een toekomst die steeds onzekerder lijkt te worden.
Hoe voed je een kind op in een wereld waarvan je weet dat die verandert?
Alledaagse handelingen krijgen steeds meer gewicht en ook de relatie met Warre komt onder druk te staan en levert de vraag op: Hoeveel kan je werkelijk van elkaar dragen?
In een fysieke en hallucinatoire reis vervagen de grenzen tussen moeder en kind, mens en natuur, leven en dood. Wat overblijft is het besef dat we allemaal deel zijn van een veel groter, chaotisch geheel: een oersoep waarin alles met alles verbonden is.
OERSOEP is een voorstelling over geboorte en sterfelijkheid, over ouderschap in tijden van klimaatcrisis, en over de ongemakkelijke verstrengeling van verlangen en verantwoordelijkheid. Een rituele poging dichterbij het leven zelf te komen: rommelig, muzikaal, beeldrijk en voortdurend in beweging.
The foundation for OERSOEP – a passion for the 21st century – is the novel of the same name by Bregje Hofstede.
Her novel begins where the piece begins: with a birth. A woman gives birth to her daughter and experiences how her body breaks open — literally and figuratively. Pain, ecstasy and desire run together, and the boundary between herself and the new life emerging from her becomes porous.
The birth also changes her relationship to the world. Motherhood makes everything more intimate, but also more fragile. Caring for her child opens her eyes to all the life that must be protected, nourished and passed on.
Together with her partner Warre and their daughter Essie, the protagonist moves to the French countryside. They try to build a simple life close to the seasons, their garden and the forest. Essie grows, seedlings push through the soil, and life seems to fall into old rhythms of birth, growth and decay. But another reality keeps pressing in: drought, deforestation and pollution make clear that the natural cycle can no longer be taken for granted. Birthdays, generations and repetitions become entangled with the time of tipping points, rising temperatures and a future that grows ever more uncertain.
How do you raise a child in a world you know is changing?
Everyday actions take on increasing weight, and the relationship with Warre comes under pressure too — raising the question: how much can you truly carry for each other?
In a physical and hallucinatory journey, the boundaries between mother and child, human and nature, life and death begin to dissolve. What remains is the awareness that we are all part of a much larger, chaotic whole: a primordial soup in which everything is connected to everything else.
OERSOEP is a piece about birth and mortality, about parenthood in times of climate crisis, and about the uncomfortable entanglement of desire and responsibility. A ritual attempt to get closer to life itself: messy, musical, richly imagined and constantly in motion.
ON TOUR: 22 OKT t/m 18 DEC
ON TOUR: 22 OKT t/m 18 DEC
achtergrond:
Een ritueel
voor nu
-
De ontwikkeling van Oersoep (een passie voor de 21e eeuw) begon in april 2024 met een week lang luisteren naar Bach. In een repetitielokaal van NITE draaiden we de Matthäus-Passie van begin tot eind, lazen mee met de gezongen teksten en vroegen ons bij elke aria af: Wat herkennen we?
Het boek Oersoep van Bregje Hofstede zou namelijk wel het tekstmateriaal zijn, waarmee we zouden werken, maar we waren niet van plan een „gewone“ boekbewerking te maken. In plaats daarvan wilden we een muzikale voorstelling maken als eigentijds ritueel, dat zich met het massieve thema van ouderschap ten tijde van de klimaatcrisis zou bezighouden. Daarvoor boden de teksten uit het boek een schitterend uitgangspunt. In welke vorm we die zouden gaan gieten, moesten we alleen nog uitvinden. Daarvoor besloten we ons in de christelijke Passie te verdiepen.
In opdracht van de St. Thomas Kirche in Leipzig, schreef Bach met zijn Matthäus-Passie een meesterwerk, dat het lijdensverhaal van Jezus tot een jaarlijks muzikaal paasritueel zou maken. De Passie volgt de laatste dagen van Jezus aan de hand van verschillende hoofdstukken. Zo gaan we van het laatste avondmaal, via de gevangenname en veroordeling van Jezus door het Romeinse volk, naar de kruisiging en eindigen bij de graflegging.
Bachs Passie is opgebouwd uit „recitatieven“, waarin het verhaal wordt verteld en „aria’s“, waarin het lijd van Jezus en de schuldgevoelens van de geloofsgemeenschap worden bezongen. Want bovenal gaat het in de Passie over het invoelen van schuld, een motief dat zich door het gehele christelijke geloof trekt, en waar Pasen het absolute hoogtepunt van vormt. Niemand greep in toen Jezus werd gecriminaliseerd, opgepakt en veroordeeld, sterker nog: Hij werd verraden en ontkend, de mensen trokken hun handen van hem af. Het waren de zonden van de mens, die dit onschuldige leven ten val brachten, en daaraan worden de gelovigen elk jaar met Pasen herinnerd.
De Passie vertelt niet alleen dit Bijbelse verhaal, maar laat je óók horen, wat je erbij dient te voelen. De tekst en de muziek helpen je als het ware een handje mee om alles helemaal te doorleven. Daarmee functioneert de Passie in de kerk als een ritueel: Een doorgecomponeerde inleving in de christelijke zonden, om daarna met hernieuwde christelijke inzichten de kerk weer te verlaten. Dat bracht ons bij de vraag: Aan wat voor ritueel zouden we vandaag de dag behoefte hebben? Een ritueel dat geen religieuze reflectie is, maar op onze verhouding tot de aarde en de ecologische crisis gericht is.
Met de structuur van de Passie in ons achterhoofd, kozen we een aantal van de vele beelden en motieven die erin voorkomen, dat met onze thematiek en de wereld van Oersoep resoneert. Aan de hand daarvan bouwden we aan geheel eigen hoofdstukken. Samen met decorontwerper Jonathan Mertz ontwierpen we daarvoor vijf decors, of decor-onderdelen, die tijdens de voorstelling door de spelers zelf worden opgebouwd en daarna weer afgebroken. Zo ontstaan processies van beelden en scenische momenten, die het verhaal stap voor stap voortstuwen. Daarbinnen plaatsen de spelers zichzelf, ze worden onderdeel van het landschap en bouwen zo de achtergrond voor de tekst.
In de teksten van Bregje Hofstede vloeien talloze gedachten en flarden van situaties in elkaar over. We trokken deze teksten enigszins uit elkaar, plaatsten ze in thematische blokken en verdeelden die over de verschillende hoofdstukken. We legden daarbij de nadruk op de stukken tekst, die zich bezighouden met de natuur, de verandering van het klimaat en de daarmee samenhangende zorgen van het hoofdpersonage, de moeder. Daarvoor maakten we onder andere gebruik van een aantal teksten van Bregje, die weliswaar voor dit boek geschreven werden, maar nooit eerder zijn gepubliceerd.
De spelers vormen het koor van deze Passie voor de 21e eeuw. Zij drijven niet alleen de handeling van het stuk vooruit, door de decors steeds op- en af te bouwen, ook vertolken ze dan wel met z’n allen, dan wel als solisten, de stem van de moeder. Vergelijkbaar met de zangers, die in de passie de stemmen van Jezus, de discipelen en alle andere personages vertolken. Op het toneel zullen dan ook geen uitgespeelde scènes zien, eerder ligt de nadruk op de muzikaliteit van de tekst. In de repetities werkten we met de spelers aan het ritme en de klank van de woorden, aan het samen spreken en het aan elkaar overgeven van de zinnen. Door goed naar elkaar te luisteren, en gedetailleerde afspraken te maken over hoe de tekst wordt gezegd, worden ze samen tot één verteller met vijf monden.
Maar niet alleen met de tekst wordt muziek gemaakt. De spelers zijn het koor van deze passie, en het orkest wordt vertolkt door de vijf muzikanten van K.O.Brass. Aan de hand van de meest bekende stukken uit de Matthäus-Passie, zoals de bombastische ouverture waarmee het stuk begint, of de gevoelige aria „Erbarme dich“, schreef de componist Matthias Sigurdsson eigen composities. In samenwerking met K.O.Brass, pakt hij daarnaast een aantal van de melodieën uit de muziek van Bach op, voert ze verder en ver-brass-t ze volledig. Dat levert een hele andere klank op dan bij Bach, en dat is precies de bedoeling. Tegenover de grote woorden en zware thematiek van Oersoep staat feestelijke, groovy muziek. Die brengt niet alleen lichtheid, maar vooral ook een sprankje hoop.
Oersoep gaat namelijk niet alleen over de zorgen over het klimaat en het gewicht van de verantwoordelijkheid over het kwetsbare leven dat je als ouder op deze planeet hebt gezet. Oersoep gaat bovenal ook over het vervagen van de grenzen tussen jezelf en de ander, en het gevoel van verbinding met alles wat leeft, dat door het krijgen van een kind kan ontstaan en wat voor de moeder in het boek het startpunt vormt om naar meer van dat soort verbindende ervaringen op zoek te gaan.
Anders dan de Matthäus-Passie, is Oersoep geen oefening in berouw, maar juist een oefening in verbinden: Hoe voelt het, als je meer wordt dan jezelf alleen? Als je de grenzen van jezelf uitvouwt, en ruimte maakt voor het hele universum?
Misschien is dat de eigenlijke eerste stap op weg naar een duurzamere omgang met onze planeet: Een verandering van waarneming. In plaats van breken onder het gewicht van de verantwoordelijkheid voor onze eigen zonden, moeten we onszelf herpakken, en onze connectie met het geheel herstellen. Dat is tenslotte wat de borrelende oersoep is: „al het leven“ dat ver voor ons begon en ver na ons zal doorgaan, op wiens tijdslijn wij slechts kleine stipjes zijn.
We gaan onszelf niet redden door onszelf elk jaar opnieuw onze zonden voor ogen te voeren, vast te lopen in onze schuldgevoelens en ons aan de hand van een muzikaal ritueel voor een momentje gezuiverd te voelen. Dat is een ritueel dat voor de eeuwigheid gedacht is, wat de huidige situatie in stand houdt en geen noodzaak heeft bij verandering. Terwijl die verandering juist wel hard nodig is. Dus laten we oefenen om buiten de gebaande paden te treden, om onze eigen afgescheidenheid open te breken en elkaar te vinden, om te voelen dat we deel zijn van een groter geheel waar we zorg voor moeten dragen. Om het leven onder onze vingertoppen te voelen knetteren en het vooral niet op te geven.
-
The development of Oersoep (a Passion for the 21st century) began in April 2024 with a week of listening to Bach. In a rehearsal room at NITE, we played the St. Matthew Passion from start to finish, close read the libretto, and asked ourselves with every aria: What do we recognise?
Bregje Hofstede’s book Oersoep was the source material we would be working with, but we had no intention of creating a “conventional” adaptation of the book. Instead, we wanted to create a musical performance that would be a contemporary ritual that explores the weighty theme of parenthood in the era of climate crisis. The texts from the book provided a wonderful starting point for this. We just had to figure out what form it would take. To that end, we decided to delve into the Christian Passion.
Commissioned by St. Thomas Church in Leipzig, Bach composed his St. Matthew Passion, a masterpiece that would transform the story of Jesus’s Passion into an annual musical Easter ritual. The Passion traces the final days of Jesus through various chapters. Moving through the Last Supper, Jesus’ arrest and condemnation by the Roman authorities, to the crucifixion, and concluding with his entombment.
Bach’s Passion is composed of “recitatives”, in which the story is told, and “arias“, in which the suffering of Jesus and the sense of guilt felt by the Christian community are sung. For above all, the Passion is about coming to terms with guilt—a theme that runs through the entire Christian faith, with Easter marking its absolute climax. No one intervened when Jesus was criminalised, arrested, and condemned; in fact, he was betrayed and denied. The people turned their backs on him. It was the sins of humanity that brought about the downfall of this innocent life, and believers are reminded of this every year at Easter.
The Passion not only tells this biblical story, but also guides you to understand how you should feel about it. The text and the music, as it were, lend a helping hand in allowing you to fully experience it all. In this way, the Passion constitutes a ritual in the church: a through-composed exploration of Christian sins, after which one leaves the church with renewed Christian insights. This led us to the question: What kind of ritual could we need today? A ritual that is not a religious reflection, but focusses on our relationship with the earth and the ecological crisis.
With the structure of the Passion in mind, we selected a number of the many images and motifs that appear in it, that resonate with our themes and the world of Oersoep. Based on that, we developed our own chapters. Together with set designer Jonathan Mertz, we designed five sets—or scenic elements—for this purpose, which the actors themselves assemble and then dismantle during the performance. This gives rise to a succession of images and dramatic moments that drive the story forward step by step. Within this framework, the actors position themselves; becoming part of the landscape and thus build the backdrop for the text.
In Bregje Hofstede’s texts, countless thoughts and fragments of situations flow seamlessly into one another. We rearranged these texts into thematic blocks, and organised them around these chapters.
In doing so, we emphasised the passages that deal with nature, climate change, and the related concerns of the main character, the mother. To that end, we drew, among other things, on a number of texts by Bregje, which, although written for this book, had never been published.
The actors form the chorus of this 21st-century Passion. Not only do they drive the story forward by constantly setting up and taking down the sets, but they also—either collectively or as soloists—give voice to the mother. Similar to the singers, who portray the voices of Jesus, the disciples, and all the other characters in the Passion. Consequently, there are no fully acted-out scenes on stage; rather, the emphasis is on the musicality of the text. During rehearsals, we worked with the performers on the rhythm and sound of the words, on speaking together, and on passing the lines back and forth. By listening carefully to one another and making detailed agreements about how the text is delivered, together the chorus becomes a single narrator with five mouths.
But the music of this piece isn’t created solely through the text. The performers are the choir of this Passion, and the orchestra is represented by the five musicians of K.O. Brass. Drawing from the most famous pieces from the St. Matthew Passion—such as the bombastic overture that opens the work, or the tender aria “Erbarme dich”—composer Matthias Sigurdsson wrote a number of original compositions. In collaboration with K.O. Brass, he takes on a number of melodies from Bach’s music, develops them further, and gives them a full brass treatment. This results in a sound quite different from Bach’s, and that is exactly the intention. In contrast to the heavy themes of Oersoep, the music brings a festive, groovy atmosphere that not only adds a touch of lightness but, above all, a glimmer of hope.
After all, Oersoep isn’t just about concerns for the climate and the weight of parental responsibility for the vulnerable life you’ve brought into this world. Above all, Oersoep is also about the blurring of boundaries between yourself and others, and the sense of expanding connection with all living things that can arise from having a child - a sense that, for the mother in the book, serves as a starting point for seeking out more of these kinds of connecting experiences.
Unlike the St. Matthew Passion, Oersoep is not an exercise in remorse, but rather an exercise in connection: How does it feel to become more than just yourself? To expand the boundaries of yourself and make room for the entire universe?
Perhaps that is the very first step toward a more sustainable approach to our planet: a shift in perspective. Instead of buckling under the weight of responsibility for our own sins, we must pull ourselves together and restore our connection to the whole. After all, that is what the bubbling primordial soup is: “all life”, that began long before us and will continue long after us, on whose timeline we are merely tiny dots.
We won’t save ourselves by constantly reminding ourselves of our sins year after year, by getting stuck in our feelings of guilt, and by using a musical ritual to feel purified for a short moment. That is a ritual meant to last for eternity, one that perpetuates the current situation and serves no purpose in the face of change. Yet that change is precisely what is desperately needed. So let’s practice venturing off the beaten path, breaking down our own sense of separation and finding one another - to feel that we are part of a greater whole that we must care for. To feel life crackling beneath our fingertips, and never, ever giving it up.
“Rebekka en ik hebben de tekst van Oersoep uit elkaar getrokken en opnieuw, op een andere manier, in elkaar gestoken. We willen echt iets maken wat voorbij gaat aan het boek; het nog fysieker maken dan de tekst al is.”
Bregje Hofstede, schrijver Oersoep
cast
Listen Up
Voor iedereen die de muziek van Oersoep nog eens terug wil luisteren. En voor iedereen die graag goed beslagen te ijs naar de voorstelling komt.
REBEKKA NILSSON
Met Oersoep brengt Rebekka Nilsson haar eerste grotezaalvoorstelling als vaste maker bij NITE: een eigentijdse muzikale passie over het dragen, baren en verzorgen van nieuw levenin een ‘stervende wereld’. Het gaat slecht met het klimaat; doelen worden niet gehaald, er staan ons natuurrampen, zeespiegelstijging en migratiestromen te wachten. Toekomstige generaties gaan moeilijke tijden tegemoet. Toch blijven de meeste mensen zich gewoon voortplanten. “De biologie is sterker,” zegt Nilsson uit ervaring.
Met je baby op schoot vroeg je je af: wat heb ik gedaan? Had je daar van tevoren niet over nagedacht?
Ja, natuurlijk, ik heb uiteraard ook gedacht: moet ik wel kinderen krijgen in deze wereld? Wat voor toekomst gaan ze tegemoet? Maar aan de andere kant dacht ik ook: wat voor wereld gaan we bouwen als er geen kinderen meer geboren worden? Een kind krijgen betekent ook dat je wel móét dealen met de toekomst. Ik kan nu niet meer zeggen: I’ll go down with this ship. Maar dat vind ik ook zo’n faillietverklaring van de mensheid! Dan geef je eraan toe dat we niet meer te redden zijn. Ik ben niet bereid om dat te doen. Want ook al zie ik de toekomst heel donker, ik geloof nog steeds dat er veel goedheid in de mens zit.Daar sluit het boek van Bregje voor mij ook heel mooi bij aan; zij schrijft over ervaringen die je laten zien en voelen dat je meer bent dan jezelf, dat de kaders tussen ‘ik’ en de rest eigenlijk niet bestaan. We moeten leren denken als soort en niet als individuen. Je kunt als individu vluchten naar een plek waar je nog het langst veilig denkt te zijn, maar dat is uitstel van executie. We kunnen deze grote problemen niet individueel oplossen. Je kunt geen weg naar de toekomst vinden in je eentje.
Je bent moeder van twee jonge kinderen, ik kan me voorstellen dat het thema dicht bij je staat.
Klopt. Nadat mijn eerste zoon was geboren, had ik een gek, dubbel gevoel. Aan de ene kant was moeder worden een enorme verruiming van mijn leven en van mijn identiteit. De ervaring van de bevalling, die symbiose tussen moeder en kind… het opende een nieuwe dimensie van liefde, die ik tot dan niet had gekend. Maar daarnaast voelde ik ook een ongelofelijke angst en pessimisme: waar gaat het naartoe met de wereld? Trump in het Witte Huis, de oorlog in Gaza, de pogingen om de opwarming van de aarde tegen te houden die nog steeds geen prioriteit krijgen… Ik zat met mijn baby op schoot, las de krantenkoppen over de IPCC-rapporten en dacht: wat heb ik gedaan? Vanuit dat gevoel ontstond het idee voor deze voorstelling. Ik wilde de klimaatproblematiek benaderen door de bril van het (prille) moederschap. Kunst maken over zo’n hyperonderwerp als klimaatverandering is heel lastig; het is te groot, je kan er eigenlijk alleen platitudes over zeggen. Maar op deze manier, vanuit dit perspectief, kon ik het bundelen en kanaliseren.Kende je het boek Oersoep al toen het idee voor de voorstelling ontstond?
Nee, het kwam er pas later bij. Het idee was om een passie te maken, zeg maar zoals de Matthäus Passion, maar dan zonder de religieuze thematiek. Een hedendaags lijdensverhaal, waarin we vanuit de zorgen van een moeder met een klein kind naar de wereld kijken. Op zoek naar bronmateriaal voor onze passie kwamen we bij het boek van Bregje terecht. Dat gaat niet expliciet over de klimaatcrisis – er zitten alleen wat kleine verwijzingen in, zoals een gedachte van de moeder over haar droge, verdorde tuin – maar tijdens het lezen kreeg ik sterk het vermoeden dat die zorgen wel speelden bij haar. En dat bleek zo te zijn; ze had meer teksten geschreven dan uiteindelijk in het boek waren terechtgekomen, waaronder ook gedachten over waar het naartoe gaat met de wereld. Bregje is betrokken geweest bij de research; in een paar weken tijd hebben we een heleboel tekst verzameld; passages uit het boek, stukken uit het restmateriaal, en ook nog wat nieuw geschreven teksten. Vervolgens hebben we dat samen met dramaturgen Sofie Boiten en Friederike Schubert in een theatrale vorm gegoten.Een voorstelling in de vorm van een 21e-eeuwse passie, hoe moet ik dat voor me zien?
Het is geen klassiek toneelstuk met personages met wie je je kunt identificeren en die je kunt volgen door het verhaal. Je ontmoet een groep mensen die een ritueel met je doorlopen, wat onder andere betekent dat ze in het lijf van de moeder en in de gedachten van de moeder springen. En er weer uit. Net als in de Matthäus Passion, waar je tussen de koorstukken door solisten hoort zingen, die de stem van Judas of Maria Magdalena vertolken. De acteurs spreken ook vaak als een koor. Dan moeten ze samen in één lijf kruipen. Of in één hoofd. Je zou je kunnen voorstellen dat dit gebeurt in een toekomst waarin de wereld er nog slechter aan toe is. En waarin mensen bijeenkomen om een ritueel te beleven, om samen te herinneren en een weg naar de toekomst te bouwen, als een soort collectieve transformatie.De muziek wordt live uitgevoerd door K.O.Brass, het vijfkoppige blazersensemble ontstaan uit The Kyteman Orchestra. Een opvallende keuze voor een passie?
Die muzikanten zijn echt geweldig! Met koperblazers kun je heel veel verschillende ‘snaren bespelen’; in close harmony kunnen ze net zo klinken als een orgel, met de energie van zo’n Bach-achtige geluidsmuur die op je afkomt. Maar daarnaast kan je er ook een jazzy funeral march mee maken, of balkanachtige dingen; het gaat van spiritueel en emotioneel tot heel ritmisch en groovy. Ze spelen hier de composities van Matthías Sigurðsson, die trouwens ook mijn partner is en de vader van onze kinderen.Sinds 2023 ben je vaste maker bij NITE. Hoe is dat gebeurd?
In 2020 studeerde ik af aan de regieopleiding in Amsterdam, met twee voorstellingen: eerst Woede van Elfriede Jelinek en daarna HEDDA naar Henrik Ibsen. Ze werden goed ontvangen, maar vielen beide in het water, onder andere doordat covid uitbrak en veel mensen uit het veld ze helaas niet hebben kunnen zien. In diezelfde tijd werden Matthías en ik ook nog eens plotseling uit ons huis in Amsterdam gezet en verhuisden we hals over kop naar Noorwegen. Wat een vliegende start had moeten worden, werd dus een beetje een belly flop. Maar toevallig had Robbert van Heuven, destijds de huisdramaturg van NITE, mijn eerste voorstelling gezien. Zo kwam ik in contact met Guy Weizman. Hij nodigde me uit om een theatraal onderzoek te doen. Dat werd Over Dieren. Vervolgens kreeg ik de vraag of ik vaste maker wilde worden. Ik heb toen NITE in Progress: Oersoep gemaakt; een vooronderzoek rond het thema, met junior company NITE Riders. We hebben zes weken op het toneel research kunnen doen, wat een luxe! Het heeft me enorm geholpen bij het maken van deze grote voorstelling, die overigens een jaar is uitgesteld vanwege mijn tweede zwangerschap.Voel je je thuis bij NITE?
Ja, heel erg. Ik denk dat mijn aanpak ook goed past bij de cultuur en de interdisciplinaire werkwijze van NITE. Ik vind het bijvoorbeeld leuk om te putten uit de creativiteit en fantasie van de spelers. Ik ga in het begin nog niet sturen; ik wil het eerst openhouden. Dat kan voor sommige acteurs uitdagend zijn; je moet steeds samen naar de vorm en de code zoeken. Maar het NITE-ensemble is dat gewend, sterker nog: daar ligt hun kracht. Onze cast bestaat uit Bien De Moor, Bram van der Heijden, Nimuë Walraven, Olaf Ait Tami en danser Camilo Chapela. Stuk voor stuk fantastische performers die enorm goed op elkaar zijn ingespeeld. Geef ze iets om uit te vogelen op de vloer en er ontstaat meteen een soort speelvreugde.Je eerste voorstelling voor de grote zaal, hoe spannend vind je dat?
Slapeloze nachten, haha. Het is best een ambitieus project voor een eerste keer in de grote zaal. Ik werk samen met een Duitse scenograaf, Jonathan Mertz. Zijn decor is groots en spectaculair, maar ook transparant, praktisch en technisch. De acteurs moeten zelf heel veel doen en bouwen in dat decor; ze moeten de theatermachine besturen. Dus ja, het is spannend. Maar ik heb er vooral heel veel zin in! Ik krijg fantastische ondersteuning van het NITE-gezelschap, ik ben heel dankbaar dat ik dit mag doen.Je werkt in Nederland, maar woont in Noorwegen, waar je ook nog eens de leadzangeres van een zeer succesvolle bluegrassband bent. Je partner werkt als componist, nu zelfs samen met jou aan dezelfde voorstelling, en jullie hebben twee kleine kinderen. Hoe combineren jullie dat allemaal?
“Dat is een goede vraag! We zijn aan het uitvinden hoe je dat doet. Veel hulp vragen. Schaamteloos leunen op vrienden en familie. En NITE heeft een fantastische babysitter.”tekst: Yvon van ApeldoornRegie: Rebekka Nilsson | tekst: Bregje Hofstede | compositie: Matthías Sigurðsson | geluidsontwerp: Sander van der Werff | decorontwerp: Jonathan Mertz | lichtontwerp: Tim van 't Hof | kostuums: Katja Ebbel | dramaturgie: Friederike Schubert, Sofie Boiten
Met Nimuë Walraven, Bram van der Heijden, Olaf Ait Tami, Bien De Moor, Camilo Chapela.
Muzikanten: Randell Heye (trompet), Romain Bly (trompet, hoorn, percussie), Kobi Arditi (trombone, toetsen), Robert-Jan Looysen (hoorn), Patrick Votrian (tuba, sousafoon)