extended program

extended program

OERSOEP

een passie voor de 21e eeuw  

“Ik zat met mijn baby op schoot, las de krantenkoppen over de IPCC-rapporten en dacht: wat heb ik gedaan?”

– Rebekka Nilsson –

De basis voor OERSOEP – een passie voor de 21e eeuw is gebaseerd op de gelijknamige roman OERSOEP  van Bregje Hofstede.

Haar roman begint net als het stuk begint bij een geboorte. Een vrouw baart haar dochter en ervaart hoe haar lichaam letterlijk en figuurlijk openbreekt. Pijn, extase en verlangen lopen door elkaar heen en de grens tussen haarzelf en het nieuwe leven dat uit haar voortkomt wordt poreus.

De geboorte verandert ook haar verhouding tot de wereld. Moederschap maakt alles intiemer, maar ook kwetsbaarder. De zorg voor haar kind opent de blik op al het leven dat beschermd, gevoed en doorgegeven moet worden.

Samen met haar partner Warre en hun dochter Essie verhuist het hoofdpersonage naar het Franse platteland. Ze proberen er een eenvoudig bestaan op te bouwen, dichtbij de seizoenen, hun tuin en het bos. Essie groeit, zaailingen schieten uit de grond, het leven lijkt zich te voegen aan oude ritmes van geboorte, groei en verval. Maar steeds nadrukkelijker dringt nog een andere werkelijkheid binnen: droogte, boskap en vervuiling maken duidelijk dat de natuurlijke kringloop niet langer vanzelfsprekend is. Verjaardagen, generaties en herhalingen raken verstrengeld met de tijd van tipping points, temperatuurstijging en een toekomst die steeds onzekerder lijkt te worden.

Hoe voed je een kind op in een wereld waarvan je weet dat die verandert?

Alledaagse handelingen krijgen steeds meer gewicht en ook de relatie met Warre komt onder druk te staan en levert de vraag op: Hoeveel kan je werkelijk van elkaar dragen?

In een fysieke en hallucinatoire reis vervagen de grenzen tussen moeder en kind, mens en natuur, leven en dood. Wat overblijft is het besef dat we allemaal deel zijn van een veel groter, chaotisch geheel: een oersoep waarin alles met alles verbonden is.

OERSOEP is een voorstelling over geboorte en sterfelijkheid, over ouderschap in tijden van klimaatcrisis, en over de ongemakkelijke verstrengeling van verlangen en verantwoordelijkheid. Een rituele poging dichterbij het leven zelf te komen: rommelig, muzikaal, beeldrijk en voortdurend in beweging.

The foundation for OERSOEP – a passion for the 21st century – is the novel of the same name by Bregje Hofstede.

Her novel begins where the piece begins: with a birth. A woman gives birth to her daughter and experiences how her body breaks open — literally and figuratively. Pain, ecstasy and desire run together, and the boundary between herself and the new life emerging from her becomes porous.

The birth also changes her relationship to the world. Motherhood makes everything more intimate, but also more fragile. Caring for her child opens her eyes to all the life that must be protected, nourished and passed on.

Together with her partner Warre and their daughter Essie, the protagonist moves to the French countryside. They try to build a simple life close to the seasons, their garden and the forest. Essie grows, seedlings push through the soil, and life seems to fall into old rhythms of birth, growth and decay. But another reality keeps pressing in: drought, deforestation and pollution make clear that the natural cycle can no longer be taken for granted. Birthdays, generations and repetitions become entangled with the time of tipping points, rising temperatures and a future that grows ever more uncertain.

How do you raise a child in a world you know is changing?

Everyday actions take on increasing weight, and the relationship with Warre comes under pressure too — raising the question: how much can you truly carry for each other?

In a physical and hallucinatory journey, the boundaries between mother and child, human and nature, life and death begin to dissolve. What remains is the awareness that we are all part of a much larger, chaotic whole: a primordial soup in which everything is connected to everything else.

OERSOEP is a piece about birth and mortality, about parenthood in times of climate crisis, and about the uncomfortable entanglement of desire and responsibility. A ritual attempt to get closer to life itself: messy, musical, richly imagined and constantly in motion.

ON TOUR: 22 OKT t/m 18 DEC

ON TOUR: 22 OKT t/m 18 DEC

achtergrond:
Een ritueel
voor nu

“Rebekka en ik hebben de tekst van Oersoep uit elkaar getrokken en opnieuw, op een andere manier, in elkaar gestoken. We willen echt iets maken wat voorbij gaat aan het boek; het nog fysieker maken dan de tekst al is.”

Bregje Hofstede, schrijver Oersoep 

cast

Listen Up

Voor iedereen die de muziek van Oersoep nog eens terug wil luisteren. En voor iedereen die graag goed beslagen te ijs naar de voorstelling komt.

REBEKKA NILSSON

Met Oersoep brengt Rebekka Nilsson haar eerste grotezaalvoorstelling als vaste maker bij NITE: een eigentijdse muzikale passie over het dragen, baren en verzorgen van nieuw levenin een ‘stervende wereld’. Het gaat slecht met het klimaat; doelen worden niet gehaald, er staan ons natuurrampen, zeespiegelstijging en migratiestromen te wachten. Toekomstige generaties gaan moeilijke tijden tegemoet. Toch blijven de meeste mensen zich gewoon voortplanten. “De biologie is sterker,” zegt Nilsson uit ervaring.

Met je baby op schoot vroeg je je af: wat heb ik gedaan? Had je daar van tevoren niet over nagedacht?

Ja, natuurlijk, ik heb uiteraard ook gedacht: moet ik wel kinderen krijgen in deze wereld? Wat voor toekomst gaan ze tegemoet? Maar aan de andere kant dacht ik ook: wat voor wereld gaan we bouwen als er geen kinderen meer geboren worden? Een kind krijgen betekent ook dat je wel móét dealen met de toekomst. Ik kan nu niet meer zeggen: I’ll go down with this ship. Maar dat vind ik ook zo’n faillietverklaring van de mensheid! Dan geef je eraan toe dat we niet meer te redden zijn. Ik ben niet bereid om dat te doen. Want ook al zie ik de toekomst heel donker, ik geloof nog steeds dat er veel goedheid in de mens zit.
Daar sluit het boek van Bregje voor mij ook heel mooi bij aan; zij schrijft over ervaringen die je laten zien en voelen dat je meer bent dan jezelf, dat de kaders tussen ‘ik’ en de rest eigenlijk niet bestaan. We moeten leren denken als soort en niet als individuen. Je kunt als individu vluchten naar een plek waar je nog het langst veilig denkt te zijn, maar dat is uitstel van executie. We kunnen deze grote problemen niet individueel oplossen. Je kunt geen weg naar de toekomst vinden in je eentje.

Je bent moeder van twee jonge kinderen, ik kan me voorstellen dat het thema dicht bij je staat.

Klopt. Nadat mijn eerste zoon was geboren, had ik een gek, dubbel gevoel. Aan de ene kant was moeder worden een enorme verruiming van mijn leven en van mijn identiteit. De ervaring van de bevalling, die symbiose tussen moeder en kind… het opende een nieuwe dimensie van liefde, die ik tot dan niet had gekend. Maar daarnaast voelde ik ook een ongelofelijke angst en pessimisme: waar gaat het naartoe met de wereld? Trump in het Witte Huis, de oorlog in Gaza, de pogingen om de opwarming van de aarde tegen te houden die nog steeds geen prioriteit krijgen… Ik zat met mijn baby op schoot, las de krantenkoppen over de IPCC-rapporten en dacht: wat heb ik gedaan? 
Vanuit dat gevoel ontstond het idee voor deze voorstelling. Ik wilde de klimaatproblematiek benaderen door de bril van het (prille) moederschap. Kunst maken over zo’n hyperonderwerp als klimaatverandering is heel lastig; het is te groot, je kan er eigenlijk alleen platitudes over zeggen. Maar op deze manier, vanuit dit perspectief, kon ik het bundelen en kanaliseren.

Kende je het boek Oersoep al toen het idee voor de voorstelling ontstond?

Nee, het kwam er pas later bij. Het idee was om een passie te maken, zeg maar zoals de Matthäus Passion, maar dan zonder de religieuze thematiek. Een hedendaags lijdensverhaal, waarin we vanuit de zorgen van een moeder met een klein kind naar de wereld kijken. Op zoek naar bronmateriaal voor onze passie kwamen we bij het boek van Bregje terecht. Dat gaat niet expliciet over de klimaatcrisis – er zitten alleen wat kleine verwijzingen in, zoals een gedachte van de moeder over haar droge, verdorde tuin – maar tijdens het lezen kreeg ik sterk het vermoeden dat die zorgen wel speelden bij haar. En dat bleek zo te zijn; ze had meer teksten geschreven dan uiteindelijk in het boek waren terechtgekomen, waaronder ook gedachten over waar het naartoe gaat met de wereld. 
Bregje is betrokken geweest bij de research; in een paar weken tijd hebben we een heleboel tekst verzameld; passages uit het boek, stukken uit het restmateriaal, en ook nog wat nieuw geschreven teksten. Vervolgens hebben we dat samen met dramaturgen Sofie Boiten en Friederike Schubert in een theatrale vorm gegoten.

Een voorstelling in de vorm van een 21e-eeuwse passie, hoe moet ik dat voor me zien?

Het is geen klassiek toneelstuk met personages met wie je je kunt identificeren en die je kunt volgen door het verhaal. Je ontmoet een groep mensen die een ritueel met je doorlopen, wat onder andere betekent dat ze in het lijf van de moeder en in de gedachten van de moeder springen. En er weer uit. Net als in de Matthäus Passion, waar je tussen de koorstukken door solisten hoort zingen, die de stem van Judas of Maria Magdalena vertolken. De acteurs spreken ook vaak als een koor. Dan moeten ze samen in één lijf kruipen. Of in één hoofd. Je zou je kunnen voorstellen dat dit gebeurt in een toekomst waarin de wereld er nog slechter aan toe is. En waarin mensen bijeenkomen om een ritueel te beleven, om samen te herinneren en een weg naar de toekomst te bouwen, als een soort collectieve transformatie.

De muziek wordt live uitgevoerd door K.O.Brass, het vijfkoppige blazersensemble ontstaan uit The Kyteman Orchestra. Een opvallende keuze voor een passie?

Die muzikanten zijn echt geweldig! Met koperblazers kun je heel veel verschillende ‘snaren bespelen’; in close harmony kunnen ze net zo klinken als een orgel, met de energie van zo’n Bach-achtige geluidsmuur die op je afkomt. Maar daarnaast kan je er ook een jazzy funeral march mee maken, of balkanachtige dingen; het gaat van spiritueel en emotioneel tot heel ritmisch en groovy. Ze spelen hier de composities van Matthías Sigurðsson, die trouwens ook mijn partner is en de vader van onze kinderen.

Sinds 2023 ben je vaste maker bij NITE. Hoe is dat gebeurd?

In 2020 studeerde ik af aan de regieopleiding in Amsterdam, met twee voorstellingen: eerst Woede van Elfriede Jelinek en daarna HEDDA naar Henrik Ibsen. Ze werden goed ontvangen, maar vielen beide in het water, onder andere doordat covid uitbrak en veel mensen uit het veld ze helaas niet hebben kunnen zien. In diezelfde tijd werden Matthías en ik ook nog eens plotseling uit ons huis in Amsterdam gezet en verhuisden we hals over kop naar Noorwegen. Wat een vliegende start had moeten worden, werd dus een beetje een belly flop. Maar toevallig had Robbert van Heuven, destijds de huisdramaturg van NITE, mijn eerste voorstelling gezien. Zo kwam ik in contact met Guy Weizman. Hij nodigde me uit om een theatraal onderzoek te doen. Dat werd Over Dieren. Vervolgens kreeg ik de vraag of ik vaste maker wilde worden. Ik heb toen NITE in Progress: Oersoep gemaakt; een vooronderzoek rond het thema, met junior company NITE Riders. We hebben zes weken op het toneel research kunnen doen, wat een luxe! Het heeft me enorm geholpen bij het maken van deze grote voorstelling, die overigens een jaar is uitgesteld vanwege mijn tweede zwangerschap.

Voel je je thuis bij NITE?

Ja, heel erg. Ik denk dat mijn aanpak ook goed past bij de cultuur en de interdisciplinaire werkwijze van NITE. Ik vind het bijvoorbeeld leuk om te putten uit de creativiteit en fantasie van de spelers. Ik ga in het begin nog niet sturen; ik wil het eerst openhouden. Dat kan voor sommige acteurs uitdagend zijn; je moet steeds samen naar de vorm en de code zoeken. Maar het NITE-ensemble is dat gewend, sterker nog: daar ligt hun kracht. Onze cast bestaat uit Bien De Moor, Bram van der Heijden, Nimuë Walraven, Olaf Ait Tami en danser Camilo Chapela. Stuk voor stuk fantastische performers die enorm goed op elkaar zijn ingespeeld. Geef ze iets om uit te vogelen op de vloer en er ontstaat meteen een soort speelvreugde.

Je eerste voorstelling voor de grote zaal, hoe spannend vind je dat?

Slapeloze nachten, haha. Het is best een ambitieus project voor een eerste keer in de grote zaal. Ik werk samen met een Duitse scenograaf, Jonathan Mertz. Zijn decor is groots en spectaculair, maar ook transparant, praktisch en technisch. De acteurs moeten zelf heel veel doen en bouwen in dat decor; ze moeten de theatermachine besturen. Dus ja, het is spannend. Maar ik heb er vooral heel veel zin in! Ik krijg fantastische ondersteuning van het NITE-gezelschap, ik ben heel dankbaar dat ik dit mag doen.

Je werkt in Nederland, maar woont in Noorwegen, waar je ook nog eens de leadzangeres van een zeer succesvolle bluegrassband bent. Je partner werkt als componist, nu zelfs samen met jou aan dezelfde voorstelling, en jullie hebben twee kleine kinderen. Hoe combineren jullie dat allemaal?

“Dat is een goede vraag! We zijn aan het uitvinden hoe je dat doet. Veel hulp vragen. Schaamteloos leunen op vrienden en familie. En NITE heeft een fantastische babysitter.”
tekst: Yvon van Apeldoorn

Regie: Rebekka Nilsson | tekst: Bregje Hofstede | compositie: Matthías Sigurðsson | geluidsontwerp: Sander van der Werff | decorontwerp: Jonathan Mertz | lichtontwerp: Tim van 't Hof | kostuums: Katja Ebbel | dramaturgie: Friederike Schubert, Sofie Boiten 

Met Nimuë Walraven, Bram van der Heijden, Olaf Ait Tami, Bien De Moor, Camilo Chapela.

Muzikanten: Randell Heye (trompet), Romain Bly (trompet, hoorn, percussie), Kobi Arditi (trombone, toetsen), Robert-Jan Looysen (hoorn), Patrick Votrian (tuba, sousafoon)

CREDITS

CREDITS